Wat zijn de sancties voor (onder)aannemers en werkgevers voor het niet naleven van de registratieverplichting?
Laatst geverifieerd:
Elke aannemer en onderaannemer die een inbreuk pleegt op artikel 24, op artikel 34, op artikel 35, op artikel 36 en op artikel 37, tweede, derde en vierde lid, van de programmawet van 26 december 2022 en de uitvoeringsbesluiten, alsook Elke werkgever die een inbreuk pleegt op artikel 37, eerste lid, van de programmawet en de uitvoeringsbesluiten wordt bestraft met een sanctie van niveau 3. Voor feiten gepleegd vanaf 1 februari 2026 bedraagt de strafrechtelijke geldboete € 2.000 tot € 20.000, of de administratieve geldboete € 1.000 tot € 10.000. De boete kan worden vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. Voor feiten gepleegd vóór 1 februari 2026 bedroeg de strafrechtelijke geldboete € 1.600 tot € 16.000, of de administratieve geldboete € 800 tot € 8.000.
Elke aannemer en onderaannemer die een inbreuk pleegt op artikel 24, op artikel 34, op artikel 35, op artikel 36 en op artikel 37, tweede, derde en vierde lid, van de programmawet van 26 december 2022 en de uitvoeringsbesluiten, alsook Elke werkgever die een inbreuk pleegt op artikel 37, eerste lid, van de programmawet en de uitvoeringsbesluiten wordt bestraft met een sanctie van niveau 3:
-
Hetzij een strafrechtelijke geldboete van € 2.000 tot € 20.000
-
Hetzij een administratieve geldboete van € 1.000 tot € 10.000
Deze bedragen gelden voor feiten gepleegd vanaf 1 februari 2026.
Voor feiten gepleegd vóór 1 februari 2026 bedroeg de strafrechtelijke geldboete € 1.600 tot € 16.000, of de administratieve geldboete € 800 tot € 8.000.
Daarnaast moet eveneens rekening worden gehouden met de mogelijkheid tot vermenigvuldiging van de boete met het aantal werknemers die betrokken zijn bij de vastgestelde inbreuk.
Inhoud afgeleid van www.socialsecurity.be.
Bron voor de boetebedragen: FOD Werkgelegenheid.
Bedragen vóór en vanaf 1 februari 2026: FOD Werkgelegenheid.